“De nadelen zijn waar, maar de voordelen ook.” Dat zeg ik eigenlijk al sinds het begin van Kalverliefde over Kalf bij Koe gaat. Natuurlijk is kalfjes langer bij de koe houden niet alleen maar makkelijk. Het vraagt vakmanschap, aandacht en een andere manier van boeren.
Maar één veelgehoord nadeel kunnen we na nieuw onderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) een stuk beter naar het rijk der fabelen verwijzen: dat Kalf bij Koe slecht zou zijn voor de gezondheid van het kalf.
En die biest dan?
Soms voelt het bijna gek dat je onderzoek nodig hebt om aan te tonen dat een kalf gezond kan opgroeien terwijl het melk drinkt bij een koe. Maar juist rond de gezondheid bestaan hardnekkige zorgen. Krijgt een kalf bij de koe bijvoorbeeld wel voldoende biest en daarmee genoeg antistoffen binnen?
De GD onderzocht 19 biologische en biologisch-dynamische Kalf-bij-Koe-bedrijven. Bij 63 jonge kalveren werd gekeken naar de opname van antistoffen uit de biest. 84 procent scoorde goed of uitstekend, tegenover 81 procent in de vergelijkingsgroep. De onderzoekers vonden geen aanwijzingen dat kalveren bij de koe vaker onvoldoende antistoffen binnenkrijgen.
Ook breder zijn er geen aanwijzingen dat de kalvergezondheid op deze bedrijven slechter is dan gemiddeld in Nederland. En opvallend: het antibioticagebruik ligt op de onderzochte bedrijven veel lager dan het Nederlandse gemiddelde.
Daarbij hoort wel een kanttekening: alle onderzochte bedrijven zijn biologisch of biologisch-dynamisch. Je kunt dus niet zeggen dat Kalf bij Koe de oorzaak is van het lagere antibioticagebruik. Wél laat het onderzoek zien dat gezonde kalveren, weinig antibiotica en Kalf bij Koe prima samen kunnen gaan.
Gezondheid is meer dan cijfers
En dan is er nog iets belangrijks: wat in dit onderzoek onder gezondheid is gemeten, is maar een beperkt deel van wat je aan een dier kunt zien. Het klinische beeld van de kalveren is niet meegenomen in het onderzoek.
Wie onze kalveren blij door de wei ziet huppelen, met een volle buik, schone ogen en een glanzende vacht, heeft eigenlijk niet veel cijfers nodig om te zien dat het goed met ze gaat. Juist dat totale beeld van een gezond, levendig dier ontbreekt nog in deze onderzoeksresultaten.
Niet makkelijk, wel mogelijk
Kalf bij Koe vraagt nog steeds om goed observeren, zeker rond biestopname, ziekte en het moment van spenen en scheiden. De nadelen zijn dus niet ineens verdwenen.
Maar dat is iets anders dan zeggen dat het systeem niet kan.
Dit onderzoek helpt om onderscheid te maken tussen echte aandachtspunten en hardnekkige mythes. En het bevestigt vooral wat onze boeren, sommigen al twintig jaar, in de praktijk ervaren: gezonde kalveren en opgroeien bij een koe gaan uitstekend samen.
En als je ze door de wei ziet huppelen, wist je dat eigenlijk al.
Kalf bij de koe: onderzoek naar gezondheid en biestopname van kalveren

