Klimaatmeting laat lagere uitstoot per hectare en per koe zien bij Kalverliefde-boeren
Kalfjes langer bij de koe laten, biologisch of biodynamisch boeren én aandacht hebben voor het klimaat. Bij Kalverliefde komen deze uitgangspunten samen. Een nieuwe klimaatmeting onder acht deelnemende melkveehouders laat zien hoe hun bedrijven presteren op het gebied van broeikasgasuitstoot, vergeleken met een gangbaar referentiebedrijf.
De resultaten zijn opvallend. De acht onderzochte biologische en biodynamische melkveehouders stoten gemiddeld 66 procent minder broeikasgassen uit per hectare en 47 procent minder per melkkoe dan het gebruikte gangbare referentiebedrijf, gebaseerd op cijfers van Agrimatie.
Per kilogram geproduceerde melk is het verschil in uitstoot klein. De resultaten laten daarmee zien hoe belangrijk het is om bij het beoordelen van de klimaatprestaties van melkveebedrijven naar verschillende meeteenheden te kijken.
Een andere manier van boeren
Bij Kalverliefde blijven kalfjes na hun geboorte langer bij de koe. Dat vraagt om een andere manier van melkveehouden.
De deelnemende boeren werken biologisch of biodynamisch. Ze houden relatief weinig koeien per hectare, kiezen vaker voor lokale runderrassen, laten hun dieren veel buiten grazen en voeren voornamelijk gras van eigen land.
Deze extensieve, grondgebonden bedrijfsvoering biedt ruimte voor een melkveehouderij waarin koeien hun kalf zelf kunnen voeden en verzorgen.
Verder kijken dan alleen een liter melk
In de zuivelsector wordt de klimaatimpact vaak uitgedrukt in broeikasgasuitstoot per kilogram melk. Deze meeteenheid laat zien hoeveel broeikasgassen vrijkomen in verhouding tot de hoeveelheid geproduceerde melk.
Maar ook andere meeteenheden kunnen waardevolle informatie geven over de bedrijfsvoering. Zo laat de uitstoot per hectare zien hoeveel broeikasgassen worden uitgestoten in verhouding tot het gebruikte landoppervlak. De uitstoot per melkkoe geeft inzicht in de gemiddelde uitstoot per dier.
De klimaatmeting laat zien dat de acht onderzochte Kalverliefde-bedrijven op deze laatste twee punten duidelijk lager scoren dan het gebruikte gangbare referentiebedrijf.
Dat betekent niet automatisch dat de geproduceerde melk een lagere klimaatvoetafdruk heeft. Per kilogram melk is het verschil immers beperkt. De verschillende meeteenheden geven ieder een ander perspectief op de uitstoot van een melkveebedrijf.
Nauwelijks uitstoot door landgebruiksverandering voor veevoer
Een ander opvallend resultaat is het berekende aandeel van landgebruiksverandering voor veevoer in de totale broeikasgasuitstoot.
Bij de onderzochte Kalverliefde-boeren bedraagt dit aandeel gemiddeld 0,6 procent, tegenover 24,2 procent bij het gangbare referentiebedrijf.
Landgebruiksverandering kan bijvoorbeeld plaatsvinden wanneer natuurgebieden worden omgezet in landbouwgrond voor de productie van veevoer. Dit kan gepaard gaan met de uitstoot van broeikasgassen.
De percentages uit de klimaatmeting laten zien dat landgebruiksverandering voor veevoer bij de onderzochte Kalverliefde-bedrijven een veel kleiner aandeel heeft in de berekende totale uitstoot dan bij het referentiebedrijf.
Klimaatmeting door externe organisatie
De klimaatmeting is uitgevoerd door Robin Food Coalition, in opdracht van Kalverliefde.
Voor het onderzoek zijn bedrijfsgegevens verzameld van acht deelnemende biologische en biodynamische melkveehouders. De berekeningen zijn uitgevoerd met de internationaal gebruikte Cool Farm Tool, waarbij is aangesloten bij uitgangspunten van het GHG Protocol en het Science Based Targets initiative.
De resultaten hebben betrekking op de acht onderzochte bedrijven en de gehanteerde vergelijking met het gangbare referentiebedrijf. Ze kunnen daarom niet zonder meer worden toegepast op alle biologische, biodynamische of gangbare melkveebedrijven.
Bewust kiezen voor kalf bij de koe
Bij Kalverliefde staat een eenvoudige gedachte centraal: een kalf hoort langer bij de koe te kunnen blijven.
Door voor Kalverliefde te kiezen, ondersteunen consumenten melkveehouders die deze manier van boeren in de praktijk brengen.
De klimaatmeting biedt daarnaast meer inzicht in de broeikasgasuitstoot van deze bedrijven. De onderzochte melkveehouders laten een lagere uitstoot per hectare en per melkkoe zien dan het gebruikte gangbare referentiebedrijf, terwijl het verschil per kilogram melk beperkt is.
Zo draagt het onderzoek bij aan een breder gesprek over melkveehouderij, waarin naast melkproductie ook aandacht is voor dierenwelzijn, landgebruik, klimaat en het inkomen van de boer.
Meer weten over de klimaatmeting en de resultaten?
Lees het volledige rapport: Kalverliefde – Position Paper, 22 juli.
Kalverliefde_positionpaper_final 22 juli

